maandag 24 april 2017

Rilette van makreel en paté van garnalen

Eerst: de rilette van makreel. Dit recept is gebaseerd op het recept van Jeroen Meus.

Nodig voor een klein potje, goed als hapje voor zes personen.
  • 200 gram gerookte makreel
  • 75 gram ganzenvet
  • 1/2 bussel dille
  • halve citroen
  • snuifje paprika, peper, zout
Prak met een vork de makreel in stukjes. Normaal zitten hier geen graatjes meer in maar toch best eens checken. Smelt het ganzenvet en giet dit geleidelijk bij de draadjes makreel. Voeg de kruiden toe samen met het citroensap. Laat het mengsel opstijven in een het potje waarin je het wil serveren. Dien samen op met toastjes of stukjes brood.

 Vervolgens de paté van garnalen.

Dit recept komt in grote lijnen uit het schitterende eerste kookboek van Delicious. Nodig voor één potje:
  • 350 gram gepelde diepvriesgarnaalstaarten
  • 150 gram boter
  • 3 tenen look
  • rasp van één citroen
  • sap van drie citroenen
  • mayonaise
  • dille, fijngehakt
  • zout, peper en nootmuskaat
Smelt 100 gram boter in een pan. Roerbak de garnalen hier voor een tiental minuten. Kruid met peper en zout. Laat afkoelen. Pureer de garnalen met ongeveer de helft van de boter. Voeg ctroenrasp en sap toe. Pureer nogmaals. Voeg de mayonaise, de dille en de kruiden toe. Mix nog eens kort. Verdeel het mengsel over potjes. Smelt 50 gram boter. De boter zal schiften. Bewaar het heldere deel en giet een dun laagje over de garnalen. Druk takjes dille in de gesmolten boter. Serveer ook met toastjes.

  Image

zaterdag 4 maart 2017

Polentakoekjes met paddestoelen

De echtgenoot, die normaal alles eet, heeft het moeilijk met polenta. Op deze manier krijg ik hem af en toe toch zo ver om wat polenta te eten.

Nodig voor de koekjes:
100 gram polenta
400 gram water
verse kruiden (peterselie of rozemarijn)
100 gram kaas (parmezaan of taleggio)

Nodig voor de paddenstoelen:
800 gram gemengde bospaddenstoelen
1 sjalot
2 teentjes look
peterselie



De koekjes maak je door het water aan de kook te brengen en er dan de polenta aan toe te voegen. Je blijft nog even roeren (hoe langer, hoe dikker de polenta wordt) en voegt bij de warme polenta de verse kruiden, de kaas en wat peper en zout. Roer nog goed door zodat de kaas zeker gesmolten is. Giet de polenta in een vorm die je bekleedt hebt met plastiekfolie. Zet minimaal twee uren in de koelkast.

Bak de paddenstoelen met een sjalotje, de look en de peterselie in wat olijfolie. Kruid met peper en zout.

Haal de afgekoelde polenta uit de vorm. Snijd in vierkantjes. Deze vierkantjes kan je ofwel bakken in een hete pan met veel olijfolie, ofwel in de oven met wat olijfolie erop onder de grill plaatsen. Zorg dat ze wat kleur hebben en krokant aanvoelen.

vrijdag 3 maart 2017

Tiramisu

Dit is een recept voor tiramisu dat echt niet veel tijd in beslag neemt. Het is een gewijzigde variant van sos-piet.
(c) Nicubun

Wat?

  • 4 eieren 
  • zes lepels suiker 
  • 500 gr mascarpone 
  • 15 lange vingers 
  • amaretto of amandelessence 
  • 1 koffie espresso 
  • wat cacao (geen chocomelkpoeder!) 

Hoe?

Splits de eieren. Klop beiden op met elk drie lepels suiker. Voeg de mascarpone bij het schuimig eigeel en meng. Spatel er vervolgens het eiwit onder.
Zet koffie en giet daar een scheut amaretto bij. Dip de koekjes daar vluchtig in (anders breken ze in stukjes) en leg ze met ongeveer een centimeter spatie op de bodem van de pot. Leg er een laagje crème op. Dan weer koekjes, crème, koekjes, crème. Bestrooi met cacao.
Drink de rest van de koffie op.

Pizzadeeg

Nog een recept uit de oude doos. Het is eigenlijk veel te lang geleden dat we zelf nog pizza gemaakt hebben. Hieronder het recept om zelf deeg te maken. Voor de rest is een pizza vrij eenvoudig natuurlijk. De tomatensaus maak je met wat look, kruiden en tomaten of -concentraat.

Wat?

  • 500 g bloem
  • half blokje gist
  • 1 tl suiker
  • 1 tl zout
  • scheutje olijfolie

Hoe?

De gist en de suiker los je op in een glas lauw water. Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Het water met de gist en het scheutje olijfolie gaan in dat kuiltje. Tijd om uw handen vuil te maken. Of toch niet, wij nemen gewoon het kneedding op onze mixer. Dat reduceert uw uur kneedwerk toch tot 15 minuten kneden in de kom en dan nog een eindje met de handen, op een werkblad dat rijkelijk met bloem bestrooid is. Tot het deeg een gladde, elastische massa is, gelijk ze zeggen.

Maak van de deeg een bol en laat in een warme, vochtige plaats 45 minuten rijzen. Wij verwarmen onze oven voor op 60°C, zetten hem af en zetten dan de deeg, overdekt door een natte handdoek, in de oven.

Na die drie kwartier zou de deeg dubbel zo groot moeten zijn. Dat is veel te snel. Dat mag niet. Platdrukken die handel, nog eens 45 minuten laten rijzen en kijken of hij het nog eens aandurft. Waarschijnlijk wel, pizzadegen zijn koppig van aard. Maar niet met ons. 8 minuten kneden wij elk bubbeltje lucht uit het deeg tot het zo plat is als een pizza. Hah, komt dat goed uit. Nog een beetje met de deegrol er tegen aan, op de ovenplaat, saus en ander eten erop en het boeltje kan de oven in, die wij daarjuist bij het uithalen van de deeg al hebben laten voorverwarmen op 200°C -was ik dat vergeten zeggen?

Auberginesalade

Een salade met aubergines die je ook koud kan eten. Ideaal voor werkende mensen die er tegen kunnen om twee dagen hetzelfde te eten. Dat spaart tijd uit jong, maar om de twee dagen moeten koken.
Het recept komt uit een kookboek dat we cadeau hebben gekregen en dat eigenlijk nog niet zo veel was opengedaan: Italiaanse lekkernijen van Gabriella Mariotti. De magazine-achtige vorm had daar wellicht veel mee te maken. Maar! De recepten die er in staan zijn dus wel dik in orde. Dit bijgerecht zou klassiek Siciliaans moeten zijn.

Wat?

  • 3 aubergines
  • sap en geraspte schil van 1 citroen (bij gebrek aan onbespoten citroen hebben we geëxperimenteerd met limoenblad)
  • een bosje bladpeterselie
  • olijfolie
  • pijnboompitjes

Hoe?

Snij de aubergine in blokjes van zo’n 3cm. Verhit olijfolie in een pan en bak de aubergines in zo’n 7 minuten gaar. Ik heb ze in drie porties gebakken, anders zou het maar een moessige bedoening worden. Nu waren de aubergineblokjes mooi bruin aan alle kanten. Tijdens het bakken heb ik er een paar limoenblaadjes bijgestoken. Dat was wel subtiel te proeven op het eind, denk ik. Oh, en wees zuinig met de olijfolie. Als je de salade warm eet valt dat niet op, maar koud merk je pas echt hoeveel olie zo’n aubergine opslorpt.
Rooster de pijnboompitten. Dit kan in dezelfde pan. Goed schudden en niet te lang. Die pitten worden rapper zwart dan dat je zou denken. Trek de blaadjes van het potje bladpeterselie en smijt alles met een gepaste hoeveelheid zeezout en peper in een grote kom, bij de aubergines. Besprenkel met het citroensap en roer alles goed om.
Je kan deze schotel warm, koud of lauw eten. Ijskoud is niet zo lekker. Haal hem dus even uit de koelkast alvorens op te dienen.
Eventueel kan je er ook nog kappertjes en olijven bij gooien, maar zo groot was onze honger niet.

Chocolademuffins

We schrijven het jaar 2009. Voor een verjaardagsfeestje hadden we een hoop taarten gebakken. Eén daarvan was een overheerlijke chocoladetaart, geïnspireerd door de hot chocolate fudge cake waar we veel te veel van gegeten hebben op onze trip naar London en gebaseerd op het recept van Nigella Lawson. Ik vond onze versie nog wat te stevig en ben op zoek gegaan naar een luchtigere versie. Vooral aangezien ik deze keer muffins wou maken. Dat was handiger om mijn collega’s te trakteren. Dus heb ik maar wat geprutst met de hoeveelheden en een deel van het eiwit opgeklopt.

Wat?

  • 250g bloem
  • 4 eieren (waarvan 2 eiwitten opgeklopt)
  • 150g boter
  • 50 g cacaopoeder
  • 300ml ijskoud water
  • 2 tl bakpoeder
  • 150g bruine suiker
  • 100g rietsuiker
(of 250g doorsnee witte suiker als je het saai wil houden)

Hoe?

Smelt de boter en laat afkoelen. Voeg de suiker en de eieren toe en mix tot een luchtige massa. Voeg water, bakpoeder en cacaopoeder toe. Zeef de bloem en mix geleidelijk. Schep er voorzichtig de geklopte eiwitten door tot een homogene massa. Giet in ingevette muffinvormpjes en bak 20 minuten op 180°C.

Chocoladeglazuur

Wat?

  • 125g pure chocolade (70% cacao)
  • 250g boter, gesmolten
  • 150g bloemsuiker
Smelt de boter. Voeg gezeefde bloemsuiker geleidelijk toe, goed roeren tot de bloemsuiker is opgelost. Smelt de chocolade (au bain marie, of 2 minuten op mediumstand in de microgolf) en meng ze door de boterbrij. Giet/smeer over de afgekoelde muffins.

Alternatief

Doe de ingrediënten maal twee, bak er twee cakes van in een springvorm. Smeer tussen, op en langs de twee gestapelde cakes het chocoladeglazuur en je hebt een gi gan ti sche chocoladetaart.

Uientaartjes met geitenkaasbolletjes

Het recept van het uientaartje baseerde ik op het kookboek ‘Bistro’. Een zeer aangenaam kookboek trouwens! De combinatie met de geitekaasbolletjes maakte het, mijn inziens, een gemakkelijk en smakelijk voorgerecht.

Wat?

Voor zes personen
Uientaartjes
  • 3 rechthoekige diepvriesbladerdeegjes
  • 3 blonde uien
  • 1 el komijnzaad
  • 1 el honing
  • 4 el pijnboompitjes
Geitenkaasbolletjes
  • Zo’n potje smeerbare geitenkaas
  • 1 tl olijfolie
  • Maanzaad

Hoe?

Snij de bladerdeeg telkens in twee zodat je zes vierkanten hebt. Snij de ajuin fijn in halve ringen. Bak de ajuinen glazig in wat olijfolie. Laat zo’n tien minuten op het vuur staan maar zonder dat de ajuin bruin wordt. Voeg hierbij het komijnzaad, de honing en de pijnboompitten. Kruid met wat peper en zout. Leg telkens wat ajuinmengsel op de bladerdeegjes. Laat een halve centimeter aan de randen onbedekt. Plaats een kwartier in een voorverwarmde over van 180 graden.
Voor de geitenkaasbolletjes meng je de geitenkaas met de olijfolie en wat peper. Maak met twee koffielepels bolletjes en rol deze door het maanzaad.
Dien het taartje lauw op met ernaast de koude geitenkaasbolletjes. Serveer hierbij eventueel wat rucola.

Gevulde pijlinktvis met wasabipuree

Als we eens de vrijdagochtend tijd hebben, proberen we altijd naar de vismarkt te gaan. Van tegenwoordig liggen er bijzonder grote pijlinktvissen op de markt. Op onze reis naar Baskenland hadden we de smaak van gegrilde inktvis goed te pakken gekregen, dus wilden we dit zelf eens uitproberen, voor bezoek meteen, natuurlijk.

Wat?

Voor de pijlinktvissen:
  • 4 grote pijlinktvissen, met tentakels
  • 8 lente-uitjes
  • een halve kop broodkruim
  • 1 rode peper (of iets anders rood en straf)
  • verse koriander
  • paprikapoeder
Voor de wasabipuree
  • aardappelpuree
  • 1 el wasabipasta

Hoe?

Als je gekuiste inktvis koopt, moet je zeker zorgen dat de tentakels er nog bij zitten. Wij kochten ongekuiste, en dat gaat dan als volgt. Snij de voorbij de ogen de tentakels van de kop. Aan het begin, tussen de tentakels, zit een harde bol die je er gemakkelijk kunt uithalen. Gooi maar weg, stuiterend of niet, aan u de keuze.
Langs de kop kan je uit het lijf een plasticachtige plaat halen. Meestal heb je maar een halve mee, de andere helft zit er dan nog in. Om de ingewanden er uit te krijgen, kan je ze met je vingers best al even voorzichtig lostrekken, voor je ze met kop en al er uit trekt. Zit er nog een inktzak aan, zoek dan ergens op hoe je de inkt kan bewaren om te gebruiken in risotto of om zwarte pasta te maken.
Haal de bovenste laag vel van de inktvis en spoel goed.
Snij de tentakels in fijne stukjes. Hak de lente-uitjes en rode peper fijn. Laat samen enkele minuten stoven en voeg het broodkruim en de gehakte koriander toe. Breng op smaak met wat zout.
Vul de inktvislijven voor de helft met de vulling. (Het lijf krimpt en de vulling zwelt tijdens het grillen.) Maak de opening dicht met een tandenstoker. Strooi wat paprikapoeder over de inktvissen.
Bak de inktvissen op een grillpan (of barbecue, natuurlijk) langs alle kanten bruin en hier en daar krokant. Het is een kwestie van de inktvis een mooie kleur te laten krijgen, maar niet taai te laten worden.
Maak aardappelpuree op een wijze naar uw keuze. (Wij zijn gegaan voor de pot mousselinepoeder en de fles melk.) Voeg wat olijfolie en een eetlepel wasabipasta toe. Wij hadden het equivalent van 2 eetlepels uit de tube geperst, maar dat beviel onze gasten niet zo goed. De mietjes.
De presentatie en eventuele salade erbij laat ik helemaal aan u over.

Kuikentjes met dragon

Waterzooi meets dragonkip.

Wat?

Voor zes personen:
  • 3 kuikentjes (haantjes)
  • 50 g spek (sneetjes of blokjes)
  • 0,5 l kippenbouillon
  • 1 doosje dragon
  • 20 cl witte wijn
  • 20 cl room
  • 1 el graanmosterd

Hoe?

Snij de kuikentjes in twee. Zet een grote pot op het vuur. Schroei de halve kuikentjes aan in een beetje boter. Haal de kuikentjes terug uit de pot en leg even aan de kant. Bak de stukjes spek aan in dezelfde pot, blus met de witte wijn. Doe hierbij de bouillon en leg de kuikentjes terug in de kookpot. Voeg de blaadjes van de dragon en de graanmosterd toe. Kruid met wat zwarte peper.
Laat 40 minuten staan op een zacht vuurtje. Voeg op het laatst de room toe en laat nog vijf minuten pruttelen.
Smakelijk!

Notenbrood

Of gelijk welk ander brood in feite, zo ongeveer. Ik vertrek van het recept voor bruin brood uit De Basis van Homarus, maar pruts altijd wel wat met de verhoudingen naargelang de bloem die ik gebruik, en of ik er noten of olijven of wat dan ook in smijt. Hoe zwaarder hetgeen ik er in smijt, hoe meer gist, denk ik dan zo.

Wat?

  • 42 g verse gist (ofte, één blokje)
  • 1 soepkom lauw water
  • 1 tl suiker
  • 700 à 1000 g bloem
  • 1 tl zout
  • nog lauw water in reserve
  • 1 soepkom gehakte noten

Hoe?

Begin met de gist op te lossen in het kommetje lauw water. Doe er de suiker bij. Dit zou 15 minuten moeten blijven staan, maar tegen dat ik mijn bloem klaar heb staan in een kom, doe ik het er al meteen bij. Als bloem gebruik ik boerenbroodmeel uit de Colruyt, dat ik nog wat aanvul met gewone patisseriebloem, omdat het anders wat te zwaar wordt.
Doe de bloem in een grote kom, maak een kuil in het midden en strooi het zout langs de rand, zodat ze niet in aanraking zal komen met de gist. Giet de opgeloste gist in de kuil in de bloem. Begin alles te vermengen. Hier gebruik ik de kneeddingen op de mixer, want dat eerste kneden, dat is toch een vuiligheid. Eenmaal alles als een brok aan elkaar hangt, werk ik verder met de handen, op een met bloem bestoven tafel. Voeg water toe zolang de deeg korrelig blijft. Het is beter om te starten met te weinig water, dan met teveel, want dan moet je bloem bijvoegen, en voor je het weet is je deeg dubbel zo groot, zonder dat je er nog gist kunt bijdoen.
Een kwartier met de handen kneden volstaat normaal gezien om het deeg elastisch en niet kleverig te krijgen. Kneden, in essentie, is de deeg telkens omplooien, een kwart draaien, omplooien, een kwart draaien enzovoort. Voor de mensen thuis filmpjes hoe het niet moethoe het wel moet, en tenslotte hoe je het moet doen om mensen te imponerenDie truc, dat uw vingers er moeten blijven instaat op het eind, dat vergeet ik altijd.
De deeg moet twee keer rijzen. Doe hem terug in de kom, leg er een natte handdoek over en zet hem voor 2 uur op een warme, vochtige plaats. Het is heel belangrijk dat het niet tocht, dus laat ramen en deuren dicht. Ik zet meestal vooraf de oven even aan op 60°C en zet de kom met het deeg daar dan in.
In Homarus staat dat je het deeg de tweede keer nog eerst 10 minuten moet kneden, maar dat is nergens voor nodig. Ik heb zelfs het gevoel dat, als ik dat doe, mijn brood veel minder rijst. Wat ik nu wel doe, is de extra ingrediënten toevoegen. Deze keer heb ik er noten bijgedaan, in stukken gehakt.
Neem de gerezen deeg uit de kom, duw de lucht eruit en spreidt hem open op de tafel. Strooi de gehakte noten eroverheen en rol de deeg op tot een worst. Rol nu de worst op tot een bol en kneed heel kort, tot de deeg weer een consistent geheel vormt. Kneed de deeg in de vorm dat je brood moet hebben en leg hem op een bebloemde ovenplaat of in een bakvorm. Bestrooi met bloem. Leg er terug een natte handdoek over en laat hem rijzen tot hij dubbel zo groot is. Reken daarvoor nog maar eens op een uur of zo.
Verwarm de oven voor op 200°C, spets wat water over de deeg en bak het brood in zo’n 30 à 40 minuten. Leg het nadien omgekeerd op een rooster om af te koelen.

Pannenkoeken met frambozen en witte chocolade

Lang geleden maakte ik het eens, en het was een ware hit. Ik heb het over deze pannenkoekjes van Jamie Oliver.
’t Is wel een mutantenversie van het origineel recept. Ik heb ook liever mijn beleg in de pannenkoek dan erop. Here it goes!

Wat:

  • 3 eieren
  • 115 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1.4dl melk
  • 1 theelepel suiker
  • frambozen, naar smaak, zo’n 20tal
  • witte chocolade, ook naar smaak, zo’n 50gram
  • wat boter om te bakken

Hoe

  • Je hebt twee kommen nodig. Scheid de 3 eieren, pleur de eiwitten in de ene en de eigelen in de andere kom.
  • Kom één: voeg de gezeefde bloem, de melk en het bakpoeder bij de eierdooiers. Meng!
  • Kom twee: klop de eiwitten op met het theelepeltje suiker.
  • Voeg beide kommen samen. Voeg de frambozen en de gehakte witte chocolade toe aan het mengsel.
  • Smelt de boter in een pan. Giet met een soeplepel kleine hoopjes beslag in de pan. Bak ze enkele minuten aan de ene kant. Draai ze vervolgens om. Duw even met een spatel op de pannenkoekjes. Daardoor worden ze dunner en gaan ze logischerwijs meer op een pannenkoek lijken.
  • Dien op met wat slagroom: past uitstekend bij de bitterheid van de frambozen. Smakelijk!

Tarte Tatin

Op de weblog van Michel een heel eenvoudige versie voor Tarte Tatin gevonden, die ons beter ligt dan wat in de Homarus staat. Wij hebben wel geen chique taartdingen die ook op het vuur kunnen, dus gebruiken wij een pan en een simpele springvorm.

Wat?

  • 7 appels
  • 150 g boter
  • 125 g kristalsuiker
  • 1 rond bladerdeegvel
  • kaneel
  • rozijnen
  • roomijs

Hoe?

Schil de appels en snij ze in vier. In A Propos Bistro doen ze het zelfs met halve appels, wat mij er doet aan denken dat we eens zo’n klokhuisperforator in huis zullen moeten halen. Smijt de boter in een grote pan en laat smelten. Overgiet de boter met de suiker en zet het vuur zo warm dat het boeltje begint te schuimen. Leg de appels in de pan en laat op een zacht vuur een half uur karamelliseren.
Verwarm de oven voor op 180°C. Giet de appels met de boter in een ronde vorm. Wij gebruiken een springvorm, bij gebrek aan beter, met als gevolg dat het vocht er tijdens het bakken uitlekt en de hele bodem van de oven aan het caramelliseren slaat. U weze gewaarschuwd. Zorg dat de appels met hun bolle kant naar onder liggen. Strooi naar smaak kaneel en rozijnen op de appels. Leg de bladerdeeg over de appels en druk wat aan aan de kanten. Niet te veel, want dan blijft de deeg zompig aan de randen. Na 20 minuten in de oven zou de bladerdeeg mooi bruin moeten zijn.
Keer de Tarte Tatin om op een bord en serveer warm met een bol roomijs.

Everzwijnragout met pasta

Op reis in Firenze hebben we een heerlijke pappardele al ragù di cinghiale gegeten. In trattoria Zàzà, om precies te zijn. Op zoek in onze kookboeken vonden we geen enkel precies recept hiervan, dus hebben we maar geïmproviseerd. In retrospectieve zie ik op het internet dat er ook wortel en selder in hoorde te zitten, maar zonder krijg je nog veel sterker de tomatensmaak. Ik vermoed trouwens dat we dit gerecht nog veel zullen maken, en dat het nog veel wijzigingen zal krijgen.

Wat?

Voor 6 personen
  • 1 kg everzwijnragout
  • 12 tomaten
  • 4 knoflooktenen
  • 2 uien
  • 6 laurierblaadjes
  • 3 el tijm
  • 140 g tomatenconcentraat
  • 300 ml rode wijn (een stevige)
  • 2 el suiker

Hoe?

Laat de tomaten een minuut blancheren in kokend water en ontvel ze onder koud water. Snij ze in grote stukken. Snij de ui en de look fijn.
Verhit een kookpot met olijfolie en bruin het vlees er in aan. Voeg de ui en de look toe en laat nog enkele minuten bakken. Roer goed om. Voeg alle ingrediënten toe en roer goed door elkaar. Wees royaal met peper en zout. Zet het vuur laag.
De vorige keer had de ragout iets zurig. Ik weet niet of dat aan de wijn lag, of aan de Belgische tomaten, die veel minder zoet zijn dan de Italiaanse, maar het probleem was deze keer opgelost door wat suiker toe te voegen en de wijn er pas na een half uur bij te doen.
Na anderhalf uur zou het vlees zacht moeten zijn. Om nog een lekkere beet aan het vlees te hebben, maar toch te kunnen spreken van een ragout, gaan we de saus nu te lijf met de pureestamper, een keukengerei dat wij trouwens bitter weinig gebruiken, vreemd genoeg. Plet het vlees naar eigen smaak tot vezels of kleine brokken. Laat verder sudderen terwijl je de pasta kookt. Bij voorkeur neem je een dikke lange pasta.
Een plukje peterselie erop en wat parmezaan erbij maakt het bord compleet.

Panna cotta van bloemkool met pesto en gedroogde ham

Gisteren nog maar eens een verjaardagsfeestje gehouden. Naast de blinis met gerookte zalm (dat was lang geleden), de kaastaart met kerstomaatjes en hummus hebben we ook iets nieuws geprobeerd. We zochten al lang naar hapjes om in een glaasje te serveren. We hadden het ergens op een forum gevonden (hierzo), waar trouwens nog meer lekkere hapjes te zien zijn.
Wij hebben meer bloemkool gebruikt en wat gegokt met het aantal gelatineblaadjes, voor de rest komt ons recept wel overeen met het bronmateriaal. De panna cotta was verrassend gemakkelijk te maken, voor de gedroogde ham heb je gewoon geduld nodig en de pesto kwam uit een potje. Simple comme bonjour.

Wat?

Goed voor 20 à 25 glaasjes.
  • 1 bloemkool
  • 8 dl room
  • 1 potje pesto
  • 10 sneetjes ham (wij gingen voor Zwarte-Woudham, maar het mag ook chiquer met Parmaham of zo)
  • 4 blaadjes gelatine
  • nootmuskaat

Hoe?

Steek alvast de sneetjes ham voor een uur in de oven op 100°C. Laat ze uitlekken op keukenrol en zorg dat er geen vet stolt in de plooien want dat ziet er echt niet uit. Breek de sneetjes voorzichtig in twee zodat je lange repen krijgt.
Snij de bloemkool fijn. Kook hem in de room en wat water tot hij goed zacht is. Week ondertussen de gelatineblaadjes in water. Hou het vuur wel goed in het oog. Kokende room, dat swingt de pan uit. Mix glad met een soepmixer en kruid af met witte peper, zout en nootmuskaat. Wring de gelatineblaadjes uit, voeg toe aan de bloemkool en meng goed.
Trouwens, wij hebben lange blaadjes gelatine en korte. In recepten staat steeds gewoon het aantal blaadjes gelatine, maar van welk formaat staat er niet bij. Enfin, wij hebben uiteindelijk twee lange en twee korte genomen, denk ik.
Neem een hoop kleine glaasjes, leg voorzichtig een koffielepel pesto op de bodem en vul met een spuitzak of trechter de glaasjes met de panna cotta. Laat opstijven in de koelkast. Prik er voor het serveren een smal reepje gedroogde ham in.
Ik bedacht dat dit ook heel lekker moet zijn met blauwe kaas, in plaats van pesto, maar ik zie niet goed in welke vorm ik die kaas in het glaasje zou steken. Ooit toch eens proberen.

Stoofpotje van paard met pompoenpuree

Eerste keer ooit: paardenstoofvlees. Heel erg lekker.
Nodig voor het vlees (4p): 
  • 1 kilo paardenstoofvlees
  • 2 dl witte wijn
  • bouillonblokje
  • 2 ajuinen
  • bloem
  • verse rozemarijn en tijm
De pompoenpuree
  • pompoen, zo’n kleine turkse
  • gerookte look of gewone look als je dat niet hebt
  • kaneel
  • verse rozemarijn
Eerst de pompoen. Snij de pompoen in stukken. Overgiet met olijfolie, bestrooi met zout en gooi één uur in een oven (voorverwarmd op 180C°).
Snij de ajuin voor bij het vlees. Bak de ajuin aan met het vlees. Strooi de bloem over het vlees en de ajuin. Bak tot het bruin ziet. Blus met de wijn en doe hierbij het bouillonblokje. Voeg de verse kruiden toe. Laat ongeveer 1,5 uur op het vuur staan.
Als de pompoen uit de oven komt kan je deze gemakkelijk uitlepelen. Doe de pulp in een kookpot. Verwarm met wat look, de kaneel en de rozemarijn. Plet met een vork.

Rilette van makreel en paté van garnalen

Eerst: de rilette van makreel. Dit recept is gebaseerd op het recept van Jeroen Meus.
Nodig voor een klein potje, goed als hapje voor zes personen.
  • 200 gram gerookte makreel
  • 75 gram ganzenvet
  • 1/2 bussel dille
  • halve citroen
  • snuifje paprika, peper, zout
Prak met een vork de makreel in stukjes. Normaal zitten hier geen graatjes meer in maar toch best eens checken. Smelt het ganzenvet en giet dit geleidelijk bij de draadjes makreel. Voeg de kruiden toe samen met het citroensap. Laat het mengsel opstijven in een het potje waarin je het wil serveren. Dien samen op met toastjes of stukjes brood.
Vervolgens de paté van garnalen. Dit recept komt in grote lijnen uit het schitterende kookboek van Delicious.
Nodig voor één potje:
  • 350 gram gepelde diepvriesgarnaalstaarten
  • 150 gram boter
  • 3 tenen look
  • rasp van één citroen
  • sap van drie citroenen
  • mayonaise
  • dille, fijngehakt
  • zout, peper en nootmuskaat
Smelt 100 gram boter in een pan. Roerbak de garnalen hier voor een tiental minuten. Kruid met peper en zout. Laat afkoelen.
Pureer de garnalen met ongeveer de helft van de boter. Voeg ctroenrasp en sap toe. Pureer nogmaals. Voeg de mayonaise, de dille en de kruiden toe. Mix nog eens kort. Verdeel het mengsel over potjes.
Smelt 50 gram boter. De boter zal schiften. Bewaar het heldere deel en giet een dun laagje over de garnalen. Druk takjes dille in de gesmolten boter.
Serveer ook met toastjes.

vrijdag 24 februari 2017

Bosbessentaart met amandelen



Het recept is gebaseerd op dat van A propos bistro. Het grootste verschil is dat er hier meer vruchten en amandelen gebruikt worden en dat het bladerdeeg is in plaats van zanddeeg.

Wat?

  • 400gr (steekt niet zo nauw) bosvruchten. Deze taart is ook lekker met bijvoorbeeld alleen aardbeien
  • 100gr suiker
  • 100gr gesmolten boter
  • 100gr gemalen amandelen
  • 100gr geschaafde amandelen
  • bladerdeeg of kruimeldeeg

Hoe?

Snij de vruchten in stukjes en voeg deze samen met de suiker, de gesmolten boter en de amandelen. Leg de taartdeeg in een vorm en prik met een vork gaatjes in de deeg. Giet het mengsel op de taartdeeg. Plooi de randjes rustiek over de vulling. Bestrooi de taart met de gemalen amandelen.
Steek de taart 20 minuten in een voorverwarmde oven op 180°C.

De foto toont deze taart met aardbeien!

zondag 19 februari 2017

Quiche met feta, spinazie en pijnboompitten


Wat?

  • 1 rol bladerdeeg 
  • 200 gr spinazie 
  • 100 gr fetakaas 
  • pijnboompitten en rozijnen naar keuze 
  • paneermeel 
  • 4 eieren 
  • 15 cl room 
  • een klein beetje gemalen kaas 
  • klontje boter 

Hoe?

Leg de bladerdeeg in een vorm. Prik met een vork gaatjes in de bodem. De bodem bestrooien met wat paneermeel zorgt ervoor dat de quiche niet te vochtig wordt.

Smelt een klontje boter in een pan en doe hierin de spinazie. Laat even stoven. Haal van het vuur en meng er de pijnboompitten en de rozijnen onder. Spreid de spinazie vervolgens uit over het deeg.

Meng de eieren met de room en klop los. Voeg hierbij een beetje gemalen kaas en de fetakaas (in kleine blokjes gesneden). Giet dit mengsel over de spinazie.

Plaats in een voorverwarmde oven op 220° gedurende 20 minuten.

Smakelijk!